onveilige jeugd

Het erkennen van een onveilige jeugd

Mijn autobiografie heeft als thema ‘niet geloofd worden’. Dat is wat me zoveel meer pijn heeft gedaan dan de fysieke pijn – het heeft me altijd achtervolgd. Niet alleen in de strijd met artsen, maar ook thuis. Mijn moeder had als motto ‘eerst zien, dan geloven’ en het zien daarin was blijkbaar ook een keuze.

Maar ik wil geen dramatisch verhaal neerzetten over een verschrikkelijk jeugd, want dat was het niet. Mijn moeder heeft onwijs haar best gedaan en dit was het beste wat ze kon. Dus ik wil, voor een compleet beeld, ook over de lichtpuntjes van onze relatie schrijven. De leuke momenten. De fijne momenten. En ik pieker hier al weken over – ik kan ze namelijk niet vinden. En ik weet eindelijk waarom.

Het effect van een onveilige jeugd

Ze waren er wel, maar ook weer niet. We hebben gelachen, goede gesprekken gevoerd, gezellig gegeten en nog veel meer. Waarom ik ook bij al deze herinneringen een beetje koud om mijn hart word, is omdat ik op al die momenten stiekem ook bang was. Ik was altijd op mijn hoede; bang om niet aan het perfecte plaatje te voldoen, bang voor de plotseling vurige ogen, bang om echt te voelen, om mezelf te zijn, om kind te zijn. Bang om te bestaan. Of in elk geval om op de verkeerde manier te bestaan.

Je voelt het pas wanneer je vrij bent

Ik weet nu pas hoeveel verdriet dit me heeft gedaan en hoe gevangen ik zat, omdat ik nu vrij ben. Vrij om te voelen, om lief te hebben, om te zijn, om te leven. Niet langer bang dat mensen hun liefde intrekken als ik niet aan hun plaatje voldoe.

Als ik overtuigend wil schrijven, moet ik het kunnen voelen. En ik kan de blijdschap die ik op die momenten heb gevoeld niet meer terughalen, omdat er een verstikkende deken van angst overheen ligt. Ik wil nog steeds niet beweren dat het allemaal verschrikkelijk was, maar ik kan ook niet zeggen dat er momenten waren waarop ik me echt vrij en gelukkig voelde.

Rouwen om het gemis

Het is zo raar hoe je eindelijk goed voelen soms juist zoveel verdriet met zich meebrengt. Ik weet nog de allereerste keer dat ik met een psycholoog naar m’n jeugd ging kijken. Aan het einde van de sessie kwamen deze woorden uit mijn mond: ‘Oh. Ik had het best wel slecht. Het is best zwaar geweest … Toch?’ Zo lang maakte ik mezelf wijs dat het allemaal prima was en het voelt als rouwen om dan toe te geven dat het dat niet was. Dat ik een heleboel gemist heb. En dat het soms pijn doet als ik nu gelukkig ben, want ergens voel ik dan ook dat gemis.

Elk moment is een goed moment om dit toe te geven. Het mag. Het is wat echt is. Misschien was die pijn wel nodig om nu het echte geluksgevoel toe te kunnen laten. Je weet pas wat vrijheid is, als je gevangen was.

4 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *