veelvoorkomende fouten taalgebruik

Taalpolitie: 4 veelvoorkomende fouten in taalgebruik om te vermijden

Eerder verschenen op schrijvenonline.org

1. ‘Hebben’ of ‘zijn’ als hulpwerkwoord

Vaak is het wel duidelijk wanneer je de een of de ander gebruikt. Maar in sommige zinnen is het verschil tussen de twee werkwoorden niet heel duidelijk. Dus hoe zorg je dat je de juiste gebruikt? Hier zijn twee regels voor:

  1. Werkwoorden die een lijdend voorwerp (kunnen) hebben, vervoeg je met ‘hebben’. Dus: ‘De leraar heeft de string gevonden.’ Je kunt iets vinden, net als iets sturen, iets krijgen, iets zingen etc.
  2. Werkwoorden die geen lijdend voorwerp kunnen hebben, vervoeg je met ‘zijn’. Dus: ‘De 1 aprilgrap is mislukt.’

2. Het gebruik van ‘omdat’, ‘doordat’, ‘daardoor’ en ‘daarom’

Is er überhaupt wel een verschil tussen deze woorden en zo ja, wanneer gebruik je dan welke?

‘Omdat’ en ‘daarom’ kun je gebruiken voor een redengeving. Je zegt ermee dat iets wat je noemt de reden is voor iets anders. Zoals: ‘Ik heb stiekem een beetje in mijn broek geplast. Daarom kijk ik zo ondeugend. Ik kijk zo ondeugend, omdat ik stiekem een beetje in mijn broek heb geplast.

‘Doordat’ en ‘daardoor’ kun je gebruiken om een oorzakelijk verband aan te geven. ‘Doordat zij me aan het lachen maakte, heb ik in mijn broek geplast. Zij maakte me aan het lachen, daardoor plaste ik in mijn broek.’

3. Een aantal ‘ging’ of ‘gingen’?

Schrijf je: ‘Een aantal mensen ging naar het werk’, of ‘Een aantal mensen gingen naar het werk’?

Beide vormen zijn juist. Meervoud is wat informeler, maar niet fout. Na ‘een paar mensen’, ‘een hoop mensen’, ‘een heleboel mensen’ of ‘een aantal mensen’ is de meervoudsvorm van het werkwoord gebruikelijk.

Maar als er een bijvoeglijk naamwoord voor ‘aantal’ staat, dan is het juist weer de bedoeling dat je enkelvoud gebruikt. Ook als het lidwoordje ‘het’ voor ‘aantal’ staat, is enkelvoud gebruikelijk. Bij ‘een groep mensen’ is ook de enkelvoudige persoonsvorm de juiste.  Dit geldt ook als je schrijft over een ‘hoeveelheid’, ‘menigte’, ‘kudde’, ‘verzameling’ etc.

4. Er + voorzetsel + werkwoord

Moet het nou aan elkaar? En hoort het werkwoord bij het voorzetsel?

‘Er’, ‘hier’, ‘daar’ en ‘waar’ zitten aan het voorzetsel vast (als het voorzetsel erachter staat). Deze samenstellingen zijn voornaamwoordelijk bijwoorden en dat betekent dat het werkwoord er niets mee te maken heeft. Dat staat er dus gewoon los van.

2 antwoorden
  1. Naomi
    Naomi zegt:

    Punt drie doet me denken aan leerlingen. In een werkwoorddictee kwam ieder jaar weer de zin terug over het leger. De zin moest zijn: ‘Het leger maakte de bom onschadelijk.’ Ieder jaar waren er weer kinderen die ik niet aan hun verstand gebracht kreeg dat het leger enkelvoud is. “Ja, maar het zijn toch heel veel soldaten?” Ik snap hun punt, maar ja, ik kon het niet goedkeuren.
    Punt vier vind ik hier zelf het lastigst. Ik bouw de zin dan soms op zo’n manier om dat de woorden los van elkaar moeten. Probleem opgelost.

    Beantwoorden
    • Shirley
      Shirley zegt:

      Punt 3 voelt heel onlogisch inderdaad. Ik kan het ook volwassenen niet echt kwalijk nemen.
      Haha, dat is ook heel vaak mijn manier om te voorkomen dat ik de fout in ga: de zin ombouwen. Leuk om te horen wat jouw gedachten hierover zijn! 😊

      Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *