regels voor interpunctie

Taalpolitie: Nooit meer twijfelen over interpunctie – deel 2

Eerder verschenen op schrijvenonline.org

De puntkomma

Een puntkomma is iets heel anders dan een dubbele punt. Ze lijken qua uiterlijk op elkaar, maar hebben toch een heel andere functie. De puntkomma sluit namelijk iets af, wat toch samenhang heeft met dat wat erop volgt. Een dubbele punt vraagt om een uitbreiding en sluit niets af. Na de puntkomma is er ook een persoonsvorm nodig, want het is een losse zelfstandige zin. Een beetje zoals bij een relatie. Je maakt het uit en gaat ieder je eigen zelfstandige leven leiden. Maar jullie hebben samen een hondje. Dat hondje was de reden voor de breuk, omdat jullie daardoor zagen hoe verschillend jullie zijn en dat de relatie geen toekomst heeft. Maar jullie willen allebei voor het hondje blijven zorgen, aldus de samenhang. Het hondje is de puntkomma. Het einde – en toch niet helemaal.

Accenten

Die gekke schuine streepjes op klinkers waarvan je nooit weet welke kant ze eigenlijk op moeten. Die.
1.    De accent grave benadrukt de korte klinker. Het wordt gebruikt als uitspraakteken en nooit als klemtoonteken. ‘Bij die dagcrème is de prijs echt een barrière, hè?’
2.    De accent aigu wordt daarentegen ook als klemtoonteken gebruikt. Als uitspraakteken: ‘Het is echt een cliché dat in dat café alleen rosé wordt gedronken.’ Als klemtoonteken: ‘Weet je wel dat hij slim is én knap én lief? Ga eens even heel gauw iets met die jongen afspreken.’
3.    Dan hebben we nog de accent circonflexe, je weet wel, het verre nichtje dat niemand echt kent. Of in de meer bekende benaming: het dakje. Deze wordt in het Nederlands amper gebruikt, maar wij Nederlanders lenen graag woorden uit een andere taal (en geven ze meestal niet meer terug). Dus het dakje kom je vooral tegen bij Franse woorden. Het benadrukt een iets langere en wat meer nasale uitspraak. ‘Jôh, die enquête sloeg echt nergens op.’

Het trema

De leuke puntjes op de klinkers die altijd op die ene ‘e’ moeten, of toch op de andere. Het had iets met de klemtoon te maken, toch? Ja zeker. We gaan even je kennis opfrissen. Je gebruikt het trema om verwarring te voorkomen. Kunnen twee klinkers naast elkaar als één klank gelezen worden en is dat niet de bedoeling? Dan zet je een trema. Maar waar? Standaard wordt een trema geschreven in telwoorden zoals ‘drieënveertig’. Daarnaast mag je een trema alleen gebruiken in een niet-samengesteld woord. Bij een samengesteld woord (zoals ‘zee-egel’ of ‘na-apen’) gebruik je namelijk een streepje. Als laatste nog die klemtoon. Woorden eindigend op een onbeklemtoonde -ie krijgen in het meervoud -iën, is de -ie beklemtoond, dan wordt het in het meervoud -ieën. Het is dus ‘knieën’ en ‘koloniën’.

2 antwoorden
  1. Naomi
    Naomi zegt:

    Heerlijk om te lezen weer. Dat met die – ieën en -iën heeft me als leerkracht in de bovenbouw heel wat zweet gekost. Het is niet zo moeilijk, maar ineens bleek dat veel kinderen niet wisten waar de klemtoon in een woord ligt. Tja, dan wordt het wel erg ingewikkeld.

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *