uitstelgedrag aanpakken

Uitstelgedrag aanpakken – dit is er écht aan de hand

Uitstelgedrag: jouw grote vriend, mijn grote vriend, iedereens grote vriend. Hij laat ons nooit in de steek. Hij is er altijd om ons van ons werk te houden en leukere dingen te bedenken om te doen. Maar zijn die afleidingen echt leuker? Of vooral veiliger?

Uitstelgedrag aanpakken – er bestaan wel honderd verschillende manieren om dit te doen. Ik ga ze nu niet allemaal opnoemen; daar is Google voor. Het punt is dat ik de meeste heb uitgeprobeerd en tot de conclusie ben gekomen dat een aantal best prima werken. Toch ben ik deze onhandige vrind nog steeds niet echt kwijtgeraakt. Hoe kan dat?

Stap 1: word nieuwsgierig

Ik begon de metaforische ui te pellen en werd steeds nieuwsgieriger naar de kern van dit probleem. Het is namelijk zo zonde van al die kostbare minuten (uren, dagen, maanden …). YouTube-filmpjes kijken met schattige kittens erin gaat mij niet helpen een boek in de boekwinkel te krijgen. Herstel. Het gaat mij niet helpen de eerste bladzijde van mijn boek op papier te krijgen. Sorry, ik liep een beetje hard van stapel.

Mijn zoektocht naar de oorzaak

Zou het weer eens neerkomen op mijn andere grote vriend: faalangst? Hoogstwaarschijnlijk. Al had ik gehoopt dat meneer faalangst zich ondertussen eindelijk eens een klein beetje zou gaan terugtrekken. Vreemd genoeg bleek faalangst deze keer niet mijn grootste probleem.

Het lijkt niet uit te maken of ik nou positief of negatief denk, aan de slag ga ik niet. Lange tijd (alsof dat nu voorbij is, speel maar even mee) werd ik belemmerd door negatieve gedachten in de trant van ‘ik kan het toch niet’. Niet heel gek dat je dan niet aan de slag gaat. Maar ook als ik mezelf toespreek en zeg dat mijn verhaal ertoe doet en dat ik goed kan schrijven, spring ik niet met knetterende energie achter mijn laptop om er de komende maanden niet meer achter vandaan te komen.

Uitstelgedrag aanpakken – werk aan je overtuigingen

Dus ik moest nog iets dieper. Ondertussen stroomden de tranen langs mijn wangen. Nee, niet van de ontdekking, gewoon van het pellen van de ui. Waarom hielden ook de positieve gedachten me tegen?

Bij de gedachte ‘ik kan het niet (goed genoeg)’ ben ik niet bang voor het falen, maar voor het niet-falen. Als mens probeer je onbewust altijd je overtuigingen bevestigt te krijgen. Je ziet de wereld met een hé-wat-toevallig-dat-bevestigt-nou-precies-mijn-overtuigingen-bril. Ik ben banger voor wat of wie ik ben als het wél lukt, dan als het niet lukt. Het tegenovergestelde gebeurt bij de positieve benadering. Als ik dan die briljante bestsellerschrijfster zou zijn, zou ik geen enkel bagger woord op het digitale papier mogen zetten. Dus het risico is veel te groot en de drempel te hoog.

Welke overtuigingen helpen dan wel?

Wat mag ik dan wél denken? Iets tussen de twee uitersten in. ‘Hee, ik ben een meisje dat nu wat letters achter elkaar gaat typen op zo’n manier dat ze enigszins leesbare zinnen vormen.’ Dat is letterlijk wat ik moet doen. Dat is waar elke kneus en elke bestsellerschrijver begint. Om mezelf niet al te ver af te kraken én om het risico op falen niet al te angstaanjagend groot te maken, moet ik een neutrale houding aannemen tegenover mijn overtuigingen.

Mijn overtuiging is dat ik gewoon een meisje ben dat haar best doet. Een meisje dat misschien faalt en misschien niet. Maar boven alles ben ik een meisje dat nu haar laptop opent en aan de slag gaat.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *